Reflecties op moreel leiderschap – deel 2: Professioneel moreel gedrag: varen op ons morele kompas

De zoektocht naar intrinsieke moraliteit

Dit is de tweede column van een serie over Moreel Leiderschap. Mijn eerste column ging over Morele Leiders in de Samenleving. Columns die volgen gaan over interpersoonlijke moraliteit en morele zelfsturing.

Professioneel moreel gedrag: varen op ons morele kompas.

Diep van binnen peilen wat de juiste morele richting is

Dat doet de agent die laveert tussen de wet op de privacy en zijn wens om een burger te helpen. De chirurg die moet beslissen of hij deze operatie op een doodzieke patiënt nog wel uit moet voeren, de accountmanager in de farmacie die twijfels heeft over de kwaliteit van het product dat hij moet verkopen.

Alle drie hebben ze hun morele kompas in hun hand genomen. Het morele kompas dat richting geeft als er sprake is van ethische dilemma’s. Om als professional uit gevaarlijk diep en ondoorgrondelijk water te blijven en verraderlijke kliffen te omzeilen die het vak kunnen beschadigen. Om uiteindelijk weer op open zee in helder weer verder te reizen.

Integriteit

De agent, de arts en de accountmanager wegen alle drie verschillende kanten en belangen tegen elkaar af.  Ze twijfelen. Ze denken na waar hun vak in de basis voor staat, aan de eed die ze misschien in het verleden hebben afgelegd en proberen de juiste keuze te maken. Ze zouden gewetenswroeging krijgen of in ieder geval een onaangenaam gevoel over zichzelf, als zij uit verbinding raken met hun professionele morele uitgangspunten. Omdat zij ooit gemotiveerd voor hun vak hebben gekozen. En dat vak integer uit willen voeren.

En hoewel lezen van het morele kompas lastig is, die twijfels onaangenaam aanvoelen en de opkomende vragen niet eenduidig te beantwoorden zijn, weten de drie dat ze er niet omheen kunnen. Want gebruik van het morele kompas geeft hun vak ook diepte en betekenis en maakt het beroep een consistent geheel.

Professioneel moreel gedrag gaat verder dan alleen het omgaan met ethische dilemma’s, waar overigens alleen al een boek over vol te schrijven is.

Eerlijkheid en betrouwbaarheid

Het gaat bijvoorbeeld ook om de vraag of de directeur van de organisatie in zijn gedrag laat zien dat  hij zich verbonden voelt met de organisatie door zich oprecht voor die organisatie en zijn personeel in te zetten. Dit als een constante in zijn gedrag laat zien.

Het gaat om onderlinge collegialiteit en morele principes als recht doen aan ieders bijdrage, geen ideeën van elkaar stelen, fouten erkennen en vertrouwelijke informatie vertrouwelijk houden. Je zou het professionele eerlijkheid en betrouwbaarheid kunnen noemen.

Dienstbaarheid aan het vak

Het is  wellicht meer voelbaar dan precies met de vinger aan te wijzen. Maar professioneel moreel gedrag gaat ook over in je beroepsuitoefening net iets meer doen dan strikt in je functieomschrijving staat omschreven. Omdat de situatie er in jouw professionele visie om vraagt.

De advocaat van een chique kantoor die wel die arme cliënt aanneemt, omdat diens situatie schrijnend is en hij voor hem een verschil kan gaan maken. De arts die net een gaatje in het spreekuur vindt, ook al is het razend druk, omdat de patiënt in paniek is.  De coach die een gratis extra sessie biedt, omdat de cliënt nog een kleine stap moet maken om werkelijk tot volle professionele bloei te komen.

Je zou het dienstbaarheid aan het vak kunnen noemen, waarbij wij niet calculerend zijn en we ons ego iets kleiner maker dan waar we in ons vak voor staan. Dan komen wij als professional tot schoonheid. En ons gedrag maakt dat mensen die van onze diensten gebruik maken, vertrouwen hebben in ons vak. Omdat ze voelen dat de menselijke maat wordt toegepast en ons eigenbelang niet leidend is.

Zuiverheid

Professioneel moreel gedrag is ook de directeur die de briljante en gemotiveerde sollicitant aanneemt en niet degene die het best in zijn huidige organisatiecultuur past. De wetenschapper die de resultaten van zijn onderzoek publiekelijk niet groter maakt dan ze zijn. De zelfstandige coach die de cliënt duidelijk uitlegt dat het probleem waar die mee komt, zijn expertise niet is. Dit zou je zuivere professionele motieven kunnen noemen.

Plaatsbepaling met het morele kompas: de ethische gedragscodes

In het algemeen wordt het in de meeste culturen als een persoonlijke keuze gezien of je jezelf houdt aan consistente morele en ethische standaarden. We kunnen die verantwoordelijkheid als professional dus niet ontlopen.

Wel zijn er voor veel beroepen specifieke ethische gedragscodes geformuleerd: bijvoorbeeld binnen het juridisch werkveld, in de medische wereld, in de strijdmacht etc. Vaak zijn er klachten procedures verbonden aan die ethische gedragscodes en tuchtcolleges.

Daarmee hebben we als professionals richtlijnen die ons helpen om met ons moreel kompas onze plaats te bepalen met betrekking tot de dilemma’s die we in het werk ervaren. Ze zijn de bakens in de morele woelige baren of in de praktijk de toetsstenen voor onze morele keuzes. En we worden erop afgerekend als we ons er in de ogen van klanten, collega’s of leidinggevenden niet aan houden.

Het is voor de professionele ontwikkeling van een vak van het allergrootste belang dat er ethische gedagscodes zijn geformuleerd. Vooral bij beroepen waar vertrouwelijkheid een grote rol speelt, belangenverstrengeling de uitvoering van het vak corrumpeert en het werken met kwetsbare informatie van klanten onderdeel uitmaakt van het werk. De ethische gedragscodes ontstaan vaak naar aanleiding van eerder gemaakte fouten die tot onrecht hebben geleid. En waar later over nagedacht is hoe die in de toekomst kunnen worden voorkomen.

Praktische uitvoering

Vervolgens lijkt de uitvoering van die gedragscodes en de manier waarop met ethische dilemma’s in de praktijk wordt omgegaan, weer te leiden tot de ontwikkeling van een professioneel moreel geweten. Door de manier waarop professionals de ethische gedragscodes toepassen in hun contact met cliënten, door de manier waarop een organisatie optreedt bij klachten van cliënten en door de wijze waarop collega’s in hun samenwerking handen en voeten geven aan de ethische richtlijnen.

In de dagelijkse werkpraktijk, dus door menselijke interactie, wordt zo tacid knowledge (Michael Polanyi) opgebouwd: onbewuste, impliciete ethische kennis. Die onbewuste kennis bevat onze professionele morele waarden, onze ervaringen en onze professionele attituden.

Zo ontstaat voor ieder vak een specifieke beroepsethische cultuur waar ook buitenstaanders blind op vertrouwen. Nog steeds worden er missers gemaakt, dat weet iedereen, maar er is een ‘kritische massa’ van beroepsethiek die leidend blijft.

Kritische massa

Deze kritische massa zou je onze professionele morele identiteit kunnen noemen.  Hoe sterk die is, komt bijvoorbeeld naar voren in de manier waarop er door verschillende professies met schandalen wordt omgegaan. In de politiek, bij grote autoconcerns en bijvoorbeeld in de levensmiddelen industrie. Hoe diep wil men gaan om werkelijk schoon schip te maken? Wat is het waard om terug te keren tot de oorspronkelijke morele uitgangspunten?

Als die kritische massa te licht blijkt, worden er soms door organisaties maatregelen genomen om het imago te herstellen. Meer niet. Het publiek voelt dat direct aan en het gevolg is dat het beroep aan geloofwaardigheid en respect inboet. Zoals wellicht is gebeurd in de bancaire wereld.

De weerbarstige praktijk van het werkveld: het morele gedrag

De mens is naar mijn idee een oneindig gecompliceerd wezen, een mengeling van goede en kwade tendensen die een balans zoeken. En daarmee is ook de professional een vat vol tegenstrijdigheden die het ene wil, maar in werkelijkheid het andere doet. We identificeren ons wel degelijk met de mores en de ethische beginselen van ons vak, we kunnen die zelfs sterk uitdragen, maar desondanks is ons eigen gedrag toch niet altijd ethisch.

We zien dit alleen meestal zelf niet. Vraag aan uw naaste collega of hij vaart op zijn professioneel moreel kompas en hij zal waarschijnlijk bevestigend antwoorden. Bij zijn collega’s ziet hij echter wel ongerechtigheden op dit vlak. En mogelijk vindt u weer dat uw collega zichzelf op dit vlak overschat.

Discrepantie

Mensen hebben over het algemeen minder zicht op hun eigen gedrag, zoals ook Chris Argyris en Donald Schön in 1974 al hebben aangetoond. Als professionals weten we vaak nog wel welk ethisch gedrag idealiter van ons verlangd wordt of wat we zelf neer willen zetten. Dit noemen Argyris en Schön de ‘theory-of -practice’: Hoe jij denkt dat de professionele manier van handelen in die morele context eruit zou moeten zien. Wat mensen zeggen dat ze in een bepaalde praktische situatie werkelijk doen (‘espoused theory’), is dan vaak weer wat anders. En wat anderen zien dat we daadwerkelijk doen is weer anders. (‘theorie-in-use’). Van die discrepantie tussen onze espoused theorie en onze theory-in-use, zijn wij ons meestal niet bewust. Daarom worden wij niet zo scherp aangestuurd door ons moreel kompas als we wellicht denken. En zien anderen scherper hoe wij navigeren door de morele zee.

Dit lijkt er wel op te wijzen dat het onvoldoende is om alleen een ethische code te ontwikkelen om professioneel moreel gedrag vorm te geven. Daarvoor is het nodig dat er binnen organisaties door leidinggevenden wordt aangestuurd op ethisch gedrag en dat intercollegiale gesprekken en ervaringsleren op gang komen om gezamenlijk te kijken naar wat er in de ethische werkpraktijk gebeurt.

Dit bespreek ik in mijn volgende column: Moreel Leiderschap op de Werkplek.

Share this column ... Share on Facebook
Facebook
Share on Google+
Google+
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin